Studie Fonds Lokale Ontwikkeling- Eindrapport
De oprichting van een Fonds Lokale Ontwikkeling (FLO) is een belangrijke voorwaarde voor MONA. Met dit Fonds wil MONA de levenskwaliteit verbeteren voor de inwoners van Mol en de bredere regio. Het Fonds kan dit doen door allerlei projecten te ontwikkelen en te ondersteunen, die een duidelijke meerwaarde hebben voor zoveel mogelijk inwoners van Mol en de regio.
De berging zal voor minstens 300 jaar aanwezig zijn in de regio en hierdoor een invloed hebben op de lokale gemeenschap. Daarom is het belangrijk dat het Fonds ook over 300 jaar blijft bestaan en projecten ondersteunt. Natuurlijk kunnen we vandaag niet inschatten wat de samenleving nodig zal hebben over pakweg 100 of 200 jaar. Om goed uit te leggen wat het doel en de manier van werken van het Fonds moet zijn, maakte MONA een missietekst voor het Fonds, die in het MONA-eindrapport is opgenomen (p.103).
Het Fonds kan enkel gedurende 300 jaar projecten ondersteunen als er voldoende kapitaal in zit. Maar wat is voldoende?
Het is niet zo eenvoudig om een bedrag te bepalen. De federale instelling NIRAS heeft de opdracht gekregen van de overheid om ervoor te zorgen dat er een akkoord komt over de voorwaarden rond de berging. NIRAS heeft er dus alle belang bij dat er een bedrag voor het Fonds wordt overeengekomen waarin alle partijen zich kunnen vinden. Het moet een bedrag zijn waarvan de lokale gemeenschap van Dessel en Mol vindt dat het voldoende is om er goede projecten mee te ondersteunen.
Om de ordegrootte van het Fonds te kunnen onderbouwen, startte
MONA een studie met de
Solvay Business School (VUB). In deze studie wordt enerzijds rekening gehouden met zaken die in cijfers en geld uit te drukken zijn, zoals kosten van de berging en gemeentelijke inkomsten. Anderzijds geeft men via een eclectische multicriteria analyse (EMCA) ook een waarde aan zaken zoals leefbaarheid en veiligheidsgevoel, die moeilijk of niet in geld uit te drukken zijn. Voor elk van de betrokken partijen wordt zo een rangschikking opgemaakt: wat vinden ze heel belangrijk in dit bergingsproject en wat minder? Door de rangschikking van de voorkeuren te vergelijken tussen de betrokken partijen, gaat men na of er een verschil is en hoe groot het is. Als de voorkeuren van de betrokken partners ver uiteen liggen, zal er meer onderhandeling en tegemoetkoming nodig zijn om tot een overeenkomst te komen. Dit zal op zijn beurt een invloed hebben op de hoogte van het bedrag dat in het Fonds moet komen.
Hieronder kunt u het volledige eindrapport van de EMCA (22,1 MB) opladen.
U kunt ook een gedrukt kopie aanvragen bij het
secretariaat van MONA vzw.