Op donderdag 19 februari ’09 kreeg MONA meer uitleg van NIRAS over de ontwikkelingen rond het beheer van radioactief en langlevend nucleair afval.
Wat wil het Afvalplan bereiken?
Eind januari kwam NIRAS, de nationale instelling die verantwoordelijk is voor het beheer van radioactief afval, in de pers met de lancering van hun Afvalplan. De uitwerking van een beheer op lange termijn van het hoogactief en langlevend afval (categorie B&C) behoort tot de wettelijke opdracht van NIRAS.
Met dit Afvalplan wil NIRAS alle informatie verzamelen, zodat de regering met kennis van zaken een beslissing kan nemen over de strategie die men zal volgen bij het beheer van B&C-afval. NIRAS benadrukt dat momenteel enkel de eerste stappen in het beslissingsproces worden gevraagd.
Concreet betekent dit: de keuze om nu te beslissen voor een bepaalde vorm van beheer of de beslissing uit te stellen naar later, in afwachting van betere technologie. Indien de regering nu wil beslissen, is er weer keuze uit 2 opties: een actief beheer, waarbij het afval steeds wordt doorgegeven aan de volgende generaties, of een passief beheer, waarbij het afval geborgen wordt en op termijn geen controle meer nodig heeft.
Hoe gaat NIRAS te werk?
Om de bevolking te betrekken bij deze strategische beslissing, organiseert NIRAS een nationale consultatieronde. Zo kan het Afvalplan aangevuld worden met concrete aanbevelingen en voorwaarden van de bevolking. NIRAS gebruikt verschillende methodes: een website, NIRAS-dialogen volgens de “World-café”-benadering een een interdisciplinaire conferentie. Deze consultatieronde heeft eerder een informeel karakter.
Naast het Afvalplan ontwikkelt NIRAS ook een Plan-MER, dat een evaluatie maakt van de alternatieven. Het Plan-MER beschrijft ook de impact op vlak van milieu, maatschappij, economie, veiligheid en uitvoerbaarheid. In dit kader volgt een wettelijke raadpleging vanaf midden 2009.
MONA volgt beleid nucleair afval op
MONA volgt besluitvorming rond nucleaire zaken op voor de Molse bevolking en nodigde NIRAS uit voor een toelichting. Een 40-tal vrijwilligers van MONA en enkele Molse gemeenteraadsleden luisterden naar de uiteenzetting van Peter De Preter, directeur van Euridice en het ondergronds labo HADES.
Voor het laagactief en kortlevend afval (categorie A) werd in 2006 beslist dat dit een eindbestemming vindt in een oppervlakteberging, op grondgebied Dessel, vlakbij de gemeentegrens met Mol. Het partnerschap MONA volgt dit bergingsproject al 9 jaar op. De leden van MONA hadden dan ook veel vragen en bedenkingen over het Afvalplan van B&C-afval:
Ø Kan men op vrijwilligers blijven rekenen om zulke zware en langlopende dossiers op te volgen?
Ø Zal de focus liggen op de maatschappelijke benadering, of zal het technische aspect in dit dossier zwaarder doorwegen?
Ø Wat zal het advies van NIRAS aan de regering zijn?
Ø Is NIRAS, als betrokken partij, wel de juiste instantie om het overleg te leiden?
B&C-afval in Mol?
De leden van MONA wilden vooral van NIRAS weten of er al concrete plannen zijn om ook het B&C-afval in deze regio te bergen. Tenslotte is in het Afvalplan sprake van berging in kleilagen en wordt daar in het ondergrondse labo van het SCK-CEN te Mol al jaren intensief onderzoek naar gedaan.
NIRAS is hierin formeel: in dit stadium wordt niet gesproken over een plaats om het afval onder te brengen. Eerst moet de regering beslissen of er geborgen zal worden en zoja op welke manier.
Maar het afval ligt nu wel in Mol en Dessel opgeslagen. Wat dus ook de beslissing zal zijn, deze gemeenten zullen betrokken zijn bij de gevolgen ervan. Of het nu zal gaan over verlengde opslag, berging in de ondergrond, transporten naar een andere locatie... Mol zal er steeds iets mee te maken hebben.
Voor meer informatie kan u terecht op de volgende website: www.niras-afvalplan.be